Overwegingen

De laatste jaren is aanvalsdetectie in de woonsituatie van patiënten met epilepsie sterk in ontwikkeling. Veel apparatuur voor aanvalsdetectie is gebaseerd op beweging. Het ritmische clonische bewegingspatroon tijdens tonisch-clonische aanvallen is de hoeksteen van aanvalsdetectie gebaseerd op beweging. De meest gebruikte bewegingssensoren zijn accelerometers (Arends, 2018). De sensitiviteit wisselt tussen de studies van 31% tot 100%. Ook de frequentie fout positieve alarmen varieert, waarbij belangrijk is om te melden dat er in de nacht weinig fout positieve alarmen gevonden worden in de verschillende studies.

Er is ook aanvalsdetectie apparatuur dat gebaseerd is op oppervlakte EMG. Hierbij wordt geen gebruik gemaakt van een beweging zelf maar de spieractiviteit die deze beweging initieert. Bij correct geplaatste apparatuur is de sensitiviteit hiervan hoog. De frequentie fout positieve alarmen varieert ook bij dit type aanvalsdetectie.

De gevonden variatie tussen alle studies is onder andere afhankelijk van het type aanvallen; tonisch-clonische aanvallen worden logischerwijs beter gedetecteerd dan aanvallen zonder of met minder motorische verschijnselen. Bovendien zijn de sensitiviteit en fout positieve alarmen afhankelijk van de ingestelde grenswaarden, zoals de minimale duur van de aanvallen die gedetecteerd kunnen worden. De algoritmen die gebruikt worden zijn complex en niet goed onderling te vergelijken, dit kan de variatie in de resultaten deels verklaren. Vrijwel alle studies zijn verricht op epilepsie monitoring units, er zijn vooralsnog slechts weinig studies gedaan in de thuis- of woonsituatie, de zogenoemde phase 4 studies (Beniczky, 2017).

Studies waarin matrassensoren worden onderzocht geven zeer wisselende resultaten. In twee relatief kleine studies lijkt de Emfit matrassensor (nachtelijke) gegeneraliseerd tonisch clonische aanvallen vrij goed te kunnen detecteren.

Er is vooralsnog weinig onderzoek verricht naar aanvalsdetectie dat specifiek gebaseerd is op geluid.

Epileptische aanvallen kunnen autonome functies veranderen, onder andere ictale tachycardie is een veel voorkomend verschijnsel, met name bij tonisch-clonische aanvallen. Veranderingen in autonome functie kunnen tevens voorafgaan aan ictale EEG-ontladingen, een voorbeeld hiervan is pre-ictale tachycardie (Westrhenen 2018, Behbahani et al., 2016). Aanvalsdetectie gebaseerd autonome functieveranderingen is over het algemeen redelijk sensitief, echter met name de algoritmen gebaseerd op een enkele modaliteit geven te veel fout positieve alarmen. Het gebruik van multimodale algoritmen en personalisatie van algoritmen lijkt betere resultaten te geven. 

Recent werd een studie naar de Nightwatch (Arends 2018) gepubliceerd, een multimodale sensor die gebruik maakt van hartfrequentie en accelerometrie. Dit gaf een goede sensitiviteit voor het detecteren van nachtelijke klinische belangrijke aanvallen bij volwassen patiënten in de thuissituatie, met een acceptabel aantal fout positieve alarmen. De Nightwatch wordt in de praktijk steeds meer gebruikt, waarbij bij individuele patiënten getest kan worden of deze geschikt is. Onderzoek naar de Nightwatch bij kinderen loopt nog, de eerste resultaten lieten zien dat grote aanvallen ook bij kinderen goed gedetecteerd werden.

Er zijn geen studies beschikbaar die apparatuur vergelijken, maar voor nachtelijke klinisch belangrijke aanvallen is er volgens de expert opinion van de werkgroep voor de Nightwatch bij volwassenen de meeste onderbouwing. Voor aanvallen overdag zijn er meerdere apparaten die enige evidentie hebben getoond (Epicare Mobile, Eddi/Brain Sentinel).

De aanbeveling is om in ieder geval aanvalsdetectie te overwegen. Met name in de nacht, als er een minder goede observatie mogelijkheid is, kan het detecteren van epileptische aanvallen zinvol zijn. Dit geldt niet voor elke patiënt, maar vooral voor degene met frequente of ernstige aanvallen waarbij er een hoog risico is op aanvalscomplicaties zoals verwondingen of sudden unexpected death in epilepsy (SUDEP). Een ander argument voor aanvalsdetectie bestaat als het wenselijk is het aantal aanvallen objectief te registreren.

Bij individuele patiënten, geselecteerd op type aanvallen, mate van voorkomen en andere karakteristieken, kan middels onderzoek met geselecteerde aanvalsdetectoren nagegaan worden of deze goed bruikbaar zijn. Indien gewenst kan voor de inventarisatie verwezen worden naar de gespecialiseerde poliklinieken van de epilepsiecentra Kempenhaeghe en SEIN. Aldaar kan bij individuele patiënten, geselecteerd op type aanvallen, mate van voorkomen en andere karakteristieken, middels onderzoek met geselecteerde aanvalsdetectoren nagegaan worden of deze goed bruikbaar zijn. Daarbij wordt dan ook een beeld gekregen van de sensitiviteit, de frequentie van fout-positieve alarmen en gemiste aanvallen bij de individuele patiënten zodat een duidelijke afweging van nut en noodzaak gemaakt kan worden. Belangrijk om te benoemen is dat de zorgverzekeringen in het algemeen de aanvalsdetectie apparatuur nog niet vergoeden.

Informatie over aanvalsdetectiemethoden valt ook te lezen op de website https://aanvalsdetectie.nl die behulpzaam kan zijn bij het opzoeken van de laatste stand van zaken. Dit vooral omdat dit onderzoeksveld sterk in bewegingen is en nieuwe bevindingen zich kunnen aandienen voordat deze in de richtlijn definitief kunnen worden opgenomen.