Zoekstrategie


Lees meer

Voor deze uitgangsvraag is geen systematisch literatuuronderzoek verricht. Er was bij de werkgroep een Cochrane review (Kwan & Wood, 2010) bekend over het gebruik van anti-epileptica als profylaxe na het doormaken van een beroerte. In 2014 is deze vervangen door een uopdate van de Cochrane review (Sykes et al., 2014). Deze review is verder aangevuld met andere bij de werkgroep bekende observationele studies die niet meegenomen zijn in de revies van Sykes et al (2014), omdat zij als inclusiecriteria RCTs of quasi RCTs hadden.

Samenvatting van de literatuur


Lees meer

Volgens een recente Cochrane review (Sykes et al., 2014) bestaat er slechts één RCT waarin de effectiviteit van anti-epileptica om eerste aanvallen te voorkomen bij patiënten met een beroerte is onderzocht (namelijk Gilad, et al, 2011).

Uit de RCT van Gilad et al., 2011 bleek dat patiënten met een intracerebrale bloeding die gedurende één maand profylactisch werden behandeld met valproaat in de eerste maand minder acuut symptomatische aanvallen doormaken dan patiënten behandeld met een placebo. Het totale aantal aanvallen in de valproaat- en placebogroep gedurende één jaar follow-up was niet verschillend. De valproaatgroep had wel een betere neurologische uitkomst (NIHSS-score) (Gilad et al., 2011).

Hieronder volgt een korte samenvatting van enkele observationele studies na het effect van profylactische behandeling met anti-epileptica bij patiënten met een beroerte.

Passero et al. (Passero et al., 2002) ondersteunen met hun prospectieve observationele studie de conclusie dat het profylactisch gebruik van anti-epileptica bij patiënten met een intracerebrale bloeding het risico op acuut symptomatische aanvallen vermindert. Zij onderzochten hiervoor 761 patiënten. Na onderscheid te maken in diepe en lobaire intracerebrale bloedingen, concluderen de auteurs dat het positieve effect van anti-epileptica als profylaxe niet opgaat voor patiënten met een diepe intracerebrale bloeding.

Reddig et al. (Reddig et al., 2011) beoordeelden retrospectief de uitkomst van 157 patiënten met een intracerebrale bloeding. 29% van hen kreeg profylactische anti-epileptica voorgeschreven. Het gebruik van profylactische anti-epileptica was niet gerelateerd aan het risico op acuut symptomatische aanvallen, het ontwikkelen van epilepsie, afwijkingen of overlijden (Reddig et al., 2011).

Messe et al. (Messe et al., 2009) komen met een observationele studie juist tot de conclusie dat het gebruik van profylactische anti-epileptica bij patiënten met een intracerebrale bloeding geassocieerd wordt met een slechte algemene uitkomst (modified Rankin score 5 of 6: ernstig beperkt of overleden). De onderzoekspopulatie bestond uit 295 patiënten uit een placebo arm van een RCT naar de effectiviteit van een neurologisch beschermingsmiddel na een beroerte. 23 van de 295 patienten die geïncludeerd zijn in deze studie werden behandeld met anti-epileptica (18 fenytoïne, 4 valproaat en 1 lamotrigine). Ook na correctie voor confounders blijft de relatie tussen gebruik van anti-epileptica en een slechte uitkomst bestaan. Nadeel van de studie is dat een groot deel van de patiënten met fenytoïne is behandeld, dat er geen gegevens zijn over het optreden van insulten voor randomisatie in de studie en de kleine aantallen.  

Naidech et al. (Naidech et al., 2009) concluderen dat het gebruik van fenytoïne bij patiënten met een intracerebrale bloeding geassocieerd is met het vaker optreden van koorts en een slechtere uitkomst (NIHSS-score 23 versus 11, p=0.003). Van de 98 patienten met een intracerebrale bloeding werden er 12 profylactisch behandeld met levetiracetam, 22 met fenytoïne en 6 met zowel levetiracetam als fenytoïne. Het profylactisch gebruik van fenytoïne of levetiracetam verlaagde het risico op een epileptische aanval niet. Nadelen van deze studie zijn het geringe aantal patiënten en de onduidelijkheid over het optreden van epileptische aanvallen. Hierdoor is het niet duidelijk wie van de patiënten niet profylactisch, maar symptomatisch wordt behandeld. Bovendien is er slechts sprake van een associatie, omdat een causaal verband niet kan worden aangetoond met een observationele studie.

Het profylactische gebruik van anti-epileptica bij patiënten met een subarachnoïdale bloeding is geassocieerd met een toename van complicaties (hogere temperatuur, cerebrale vasospasmen, neurologische verslechtering, herseninfarct) tijdens opname en een slechtere score op de Glasgow Outcome Scale (Rosengart et al., 2007).

Het profylactische gebruik van fenytoïne bij patiënten met een subarachnoïdale bloeding is geassocieerd met een slechtere uitkomst (mRS ≥ 4) na twee weken, maar niet na drie maanden. Daarnaast is de cognitie van patiënten met een subarachnoïdale bloeding, bepaald via een telefonisch interview, slechter in de behandelde groep dan in de niet-behandelde groep (Naidech et al., 2005).

Conclusies


Geen beoordeling

Het is onduidelijk of het profylactisch gebruik van anti-epileptica bij patiënten met een intracerebrale bloeding een gunstig of ongunstig effect heeft op het aanvalsvrij blijven of op de neurologische uitkomst.

(Gilad et al., 2011; Messe et al., 2009; Naidech et al., 2009; Passero et al., 2002; Reddig et al., 2011)

 

Geen beoordeling

Er zijn aanwijzingen dat het gebruik van fenytoïne bij patiënten met een intracerebrale bloeding een ongunstig effect heeft op de neurologische uitkomst.

(Naidech et al., 2009)

 

Geen beoordeling

Er zijn aanwijzingen dat het profylactisch gebruik van anti-epileptica bij patiënten met een subarachnoïdale bloeding een ongunstig effect heeft op complicaties tijdens opname en score op de Glasgow Outcome Scale.

(Rosengart et al., 2007; Naidech et al., 2005)