Zoekstrategie


Lees meer

Voor deze vraag is niet systematisch naar literatuur gezocht. Er is gebruik gemaakt van bij de werkgroep bekende literatuur over de indicatie voor het behandelen van patiënten met de diagnose juveniele myoclonus epilepsie.

Samenvatting van de literatuur


Lees meer

In het merendeel van de leerboeken staat dat bij de diagnose juveniele myoclonus epilepsie behandeling met anti-epileptica gedurende het hele leven geïndiceerd is.

Camfield & Camfield (Camfield & Camfield, 2009) namen interviews af bij 23 van de 24 kinderen bij wie zij meer dan twintig jaar geleden de diagnose juveniele myoclonus epilepsie hadden gesteld. De gemiddelde duur tussen diagnose en/of start van behandeling en het interview was 25.8 jaar. Hiervan hadden zeven mensen ooit het anti-epilepticum gestaakt en dit weer hervat in verband met een recidief. 11 van de 23 volwassenen waren definitief met de medicatie gestopt. Hiervan waren zes personen aanvalsvrij, drie hadden alleen myoclonieën die hen niet belemmerden en twee hadden sporadisch aanvallen (zowel absences als gegeneraliseerde tonisch-clonische aanvallen). De auteurs adviseren om op laatadolescente of jongvolwassen leeftijd het staken van medicatie te overwegen.

Geithner et al. (Geithner et al., 2012) verrichtten een soortgelijke studie. 31 patiënten met een juveniele myoclonus epilepsie bij wie meer dan 25 jaar geleden de diagnose gesteld was, werden benaderd. 6 van de 31 (19%) waren aanvalsvrij zonder medicatie.

Stevelink et al. (Stevelink et al., 2018) hebben een meta-analyse uitgevoerd naar de prevalentie en risicofactoren van refractaire juveniele myoclonus epilepsie. De meta-analyse met 43 artikelen over de prevalentie laat zien dat er de prevalentie van refractaire juveniele myoclonus epilepsie 35% is bij medicatie. In de meta-analyse naar de recidiefaanvallen na het stoppen van medicatie (anti-epileptica) werden 11 artikelen meegenomen, met 246 deelnemers. Recidiefaanvallen komen voor bij 78% van de patiënten die stoppen met medicatie na een aanvalsvrije periode (95%CI: 53-94%). Daarnaast is er een meta-analyse gedaan naar de risicofactoren voor recidieven, hierin werden 21 studies meegenomen. Er zijn 6 risicofactoren gevonden voor recidieven; 3 typen aanvallen (myoclonische aanvallen + gegeneraliseerde tonisch-clonische aanvallen + absences), absences, psychiatrische comorbiditeiten, jongere leeftijd waarop eerste aanvallen ontstonden, praktijk-geïnduceerde aanvallen en geschiedenis van absences epilepsie voorafgaand aan juveniele myoclonus epilepsie.

Conclusies

Geen beoordeling

Een klein deel van de kinderen met een juveniele myoclonus epilepsie kan op volwassen leeftijd de medicatie stoppen en daarbij compleet aanvalsvrij blijven of enkel last hebben van myoclonieën zonder dat dit reden is de medicatie te hervatten.

(Camfield & Camfield, 2009; Geithner et al., 2012, Stevelink et al., 2018)

 

Geen beoordeling

Risicofactoren voor recidiefaanvallen zijn: 3 typen aanvallen (myoclonische aanvallen + gegeneraliseerde tonisch-clonische aanvallen + absences), absences, psychiatrische comorbiditeiten, jongere leeftijd waarop eerste aanvallen ontstonden, praktijk-geïnduceerde aanvallen en geschiedenis van absences epilepsie voorafgaand aan juveniele myoclonus epilepsie.

(Stevelink et al., 2018)