Zoekstrategie


Lees meer

Voor deze uitgangsvraag is geen specifiek literatuuronderzoek verricht. Er is gebruik gemaakt van bij de werkgroep bekende literatuur over het al dan niet “schoon” behandelen van het EEG bij de behandeling van absences.

Samenvatting van de literatuur


Lees meer

De eerste auteurs die systematisch onderzoek deden naar de discrepantie tussen veronderstelde aanvalsvrijheid en EEG-bevindingen bij kinderen met absences waren Appleton en Beirne (Appleton & Beirne, 1996). Zij onderzochten 69 kinderen met absence epilepsie van de kinderleeftijd. Van deze 69 kinderen waren er 7 anamnestisch en electro-encefalografisch niet aanvalsvrij. Bij drie kinderen die aanvalsvrij leken, toonde het EEG gelijktijdig met de bewijstzijnsdaling optredende bilateraal-synchrone 3-Herz-piekgolfactiviteit. Bij deze drie kinderen werd de medicatie opgehoogd zonder dat dit tot bijwerkingen leidde. Of deze kinderen beter functioneerden, wordt niet beschreven. Daarmee werd bewezen dat er een groep kinderen is die aanvalvrij lijkt, maar bij wie het EEG toch nog ontladingen toont.

De Cochrane review van 2010 (Posner et al., 2005) benoemt dat er verschillende uitkomstmaten zijn in de verschillende medicatiestudies. Veel studies hanteren als maat voor aanvalsvrijheid dat er geen absences worden geobserveerd en geen absences tijdens EEG-registratie worden uitgelokt door hyperventilatie en geen EEG-ontladingen werden gezien gedurende een registratie van 6 tot 24 uur.

Alleen in de studies van Verrotti et al. (Verrotti et al., 2008) en Glauser et al. (Glauser et al., 2010) worden deze getallen afzonderlijk vermeld. Verrotti et al. behandelden 21 kinderen prospectief met levetiracetam. 11 hiervan waren aanvalsvrij waarbij het onduidelijk is hoe aanvalsvrij gedefinieerd werd. Van deze 11 toonde het EEG bij twee kinderen nog piekgolfcomplexen.

Glauser et al. (Glauser et al., 2010) verrichtten een trial waarbij ethosuximide, lamotrigine en valproaat werden vergeleken. Van de totaal 453 kinderen hadden 37 kinderen nog klinisch waarneembare absences, spontaan of na hyperventilatie. Nog eens 38 kinderen hadden klinisch waarneembare aanvallen na hyperventilatie bij EEG, spontaan of na hyperventilatie en nog eens 34 kinderen hadden EEG-aanvallen zonder waarneembare verschijnselen. Dit betekent dat van de 109 kinderen (24%) die niet aanvalsvrij waren, dit slechts bij 37 (34%) zonder EEG kon worden aangetoond. De auteurs beschrijven dat bij EEG-aanvallen langer dan drie seconden, de medicatie werd opgehoogd. Een onderbouwing voor dit beleid werd niet gegeven. De resultaten van dit beleid kunnen ook niet worden afgeleid uit het artikel.

Conclusies

Geen beoordeling

Kinderen met een absence epilepsie van de kinderleeftijd die klinisch en bij hyperventilatie aanvalsvrij zijn, kunnen bij EEG-registratie nog klinische aanvallen of EEG-ontladingen zonder klinische verschijnselen vertonen. Het is onduidelijk of de medicatie op grond van EEG-ontladingen opgehoogd moet worden en gestreefd moet worden naar een “schoon” EEG.