Zoekstrategie


Lees meer

Er is gezocht naar literatuur waarin de effectiviteit van medicamenteuze behandelingen wordt vergeleken met placebo of waarin verschillende anti-epileptica onderling worden vergeleken bij kinderen met een absence epilepsie van de kinderleeftijd. De uitkomstmaten zijn aanvalsvrijheid en cognitief functioneren. Er is gezocht vanaf 1 januari 1995 in de databases Medline en the Cochrane Library. Uiteindelijk bleven er na het lezen van de full tekst nog twee artikelen over die voldoen aan de volgende criteria:

  • Het artikel geeft antwoord op  de vraag “als de eerste keus medicatie geen effect heeft, wat is dan de tweede keus?”
  • Het artikel bekijkt het effect op de uitkomstmaten aanvalsvrijheid en cognitieve bijwerkingen.

Samenvatting van de literatuur


Lees meer

Aanvalsvrijheid

Schmitt et al. (Schmitt et al., 2007) geven aan dat het aantal mensen dat aanvalsvrij wordt licht omhoog gaat wanneer non-responders van de eerste monotherapie overgaan naar een tweede monotherapie. Voor ethosuximide gaat het getal van 73% (eerste monotherapie) naar 77% (eerste + tweede monotherapie), voor valproaat gaat het getal van 68% (eerste monotherapie) naar 77% (eerste + tweede monotherapie).

Omdat er geen vergelijking was met een placebo en omdat het aantal patiënten gering was, zijn de studies minder goed extrapoleerbaar en is hun bewijskracht beperkt. Daarnaast vertoont de studie van Schmitt et al. (Schmitt et al., 2007) een beperking in de onderzoeksopzet vanwege het retrospectieve karakter van deze studie.

Uit de studie van Fattore et al. (Fattore et al., 2011) blijkt dat van de 26 kinderen bij wie de absences niet onder controle waren met levetiracetamtherapie, bij 24 (92%) dit alsnog lukte met valproaat- (n=21) of ethosuximidemonotherapie (n=3).

Cnaan (Cnaan et al., 2017) onderzocht in een open-label RCT de tweede keus monotherapie (ethosuximide, lamotrigine of valproaat) bij 208 kinderen met absence epilepsie waarbij eerste keus medicatie (een van deze drie in de CAE-trial (Glauser et al., 2013)) onvoldoende effect had. Zowel na 16 tot 20 weken als na 12 maanden, bleek vrijheid van behandelfalen vaker voor te komen bij kinderen die ethosuximide (63% en 57% respectievelijk) of valproaat (65% en 49% respectievelijk) gebruikten, dan bij lamotrigine (45% en 36% respectievelijk; p=0,051 en p=0,062 respectievelijk).

Cognitieve bijwerkingen

Valproaat leidde vaker tot aandachtsstoornissen dan lamotrigine of ethosuximide (Cnaan et al., 2017).

Conclusies

zeer laag

Er zijn aanwijzingen dat behandeling met respectievelijk valproaat of ethosuximide een mogelijkheid is als de eerste keus medicatie (ethosuximide of valproaat) geen effect heeft. Of en in welke mate monotherapie met een alternatief anti-epilepticum meer of minder effectief is dan het toevoegen van een tweede medicament is onduidelijk.

(Fattore et al., 2011; Schmitt et al., 2007)

 

zeer laag

Lamotrigine is effectief bij falen van valproaat of ethosuximide, doch met een lagere kans op aanvalsvrijheid..

(Cnaan et al., 2017)

 

zeer laag

Er zijn aanwijzingen dat als behandeling met levetiracetam geen effect heeft, behandeling met ethosuximide of valproaat als monotherapie succesvol kan zijn.

(Fattore et al., 2011)