Vastgesteld: 18 april 2019

Uitgangsvraag

Wat is de betrouwbaarheid en bruikbaarheid in de thuis- of woonsituatie van aanvalsdetectie gebaseerd op beweging, hartslagfrequentie(variabiliteit), electromyografie, geluid en elektrodermale activiteit voor het detecteren van en alarmeren over epileptische aanvallen bij patiënten met epilepsie.


Inleiding


Lees meer

Het is belangrijk om te weten hoe vaak iemand een epileptische aanval heeft. In de praktijk gebeurt dit door patiënten en andere betrokkenen de aanvallen in een dagboek te laten bijhouden. Apparaten die betrouwbaar aanvallen kunnen registreren zullen nauwkeuriger zijn. De behandeling kan met behulp van automatische aanvalsdetectie worden afgestemd op een objectieve aanvalsfrequentie, vooral ook door te registreren op momenten die anders mogelijk onopgemerkt zouden blijven (bijvoorbeeld in de nacht).

Tevens kan aanvalsdetectie worden gebruikt voor het alarmeren bij het optreden van een epileptische aanval; het is aannemelijk dat hiermee de morbiditeit en mortaliteit bij patiënten met epilepsie wordt verlaagd. Dit kan bijdragen aan een betere kwaliteit van leven.

Er zijn veel verschillende (ambulante) methodes van aanvalsdetectie, dit is de laatste jaren sterk in ontwikkeling. Beschikbare systemen zijn bijvoorbeeld accelerometers die bewegingen en lichaamshouding registreren, matrassensoren, electromyografie om de spieractiviteit te meten, ECG om de hartfrequentie en variabiliteit hierin te meten, geluidsdetectiesystemen en systemen die electrodermale activiteit, saturatie of respiratie meten.

In woonzorginstellingen wordt vooral gewerkt met geluidsdetectiesystemen ter bewaking van nachtelijke aanvallen. De meeste tonisch-clonische aanvallen worden hiermee opgemerkt, maar stille aanvallen kunnen worden gemist. Videomonitoring heeft eerder een diagnostische rol dan dat het ingezet kan worden voor continue bewaking. In de thuissituatie wordt vaak gebruik gemaakt van een babyfoon.

Aanbevelingen

Overweeg het gebruik van aanvalsdetectieapparatuur bij patiënten met epilepsie met een hoog risico op aanvalscomplicaties. Stem het type aanvalsdetectie zo goed mogelijk af op de specifieke patiënt (situatie).

De epilepsiecentra SEIN en Kempenhaeghe kunnen bij de inventarisatie ondersteunen. Er zijn daar gespecialiseerde poliklinieken die na kunnen gaan of er mogelijk bruikbare methoden beschikbaar zijn bij die specifieke patiënt en indien dit het geval is kan de beste methode onderzocht worden.

Maak de keuze wel of geen aanvalsdetectie in overleg met de patiënt en/of zijn of haar familie of verzorgers, waarbij de voor- en nadelen en de doelen van aanvalsdetectie dienen te worden gesproken.