Vastgesteld: 18 april 2019

Uitgangsvraag

Wat zijn indicaties voor het screenen op osteoporose bij het gebruik van anti-epileptica?


Inleiding


Lees meer

De kans op fracturen is toegenomen bij mensen met epilepsie. Enerzijds komt dit door een grotere kans op vallen als gevolg van de aanvallen (vaak tonisch-clonisch) of als gevolg van sedatie en/of ataxie door de medicatie of het onderliggend lijden (Souverein et al., 2006). Anderzijds kan een verhoogd fractuurrisico gerelateerd zijn aan een afgenomen minerale botdichtheid bij gebruik van anti-epileptica, met name carbamazepine, fenytoïne, fenobarbital, primidon, topiramaat en valproaat. De eerste vier middelen versterken de vitamine D-afbraak door hun enzyminducerende werking. Valproaat en topiramaat verhogen de kans op osteoporose via een nog onbegrepen mechanisme. 

Aanbevelingen

Zorg bij patiënten boven de 50 jaar (mannen en vrouwen) die behandeld worden met carbamazepine, fenobarbital, fenytoïne, primidon en valproaat (in alfabetische volgorde) voor:   

  1. Voorlichting: adviseer voldoende lichaamsbeweging en voeding met voldoende calcium en vitamine D om het fractuurrisico te beperken.
  2. Bepaal het vitamine D-gehalte en suppleer als dit nodig is. 
Adviseer onderzoek naar de minerale botdichtheid volgens het protocol osteoporose, te vinden in de richtlijn "Osteoporose en factuurpreventie" (Richtlijnendatabase).