Vastgesteld: 28 juni 2016

Inleiding

Koortsconvulsies worden gedefinieerd als “convulsies geassocieerd met koorts zonder aanwijzingen voor een centraal zenuwstelsel infectie of acute elektrolyt stoornis”. Volgens definitie treden ze op bij kinderen in de leeftijd van 6 maanden tot 6 jaar (American Academy of Pediatrics, Committee on Quality Improvement, Subcommittee on Febrile Seizures, 1999). Van de kinderen die een koortsconvulsie doormaken, maakt 32% een recidief door.

Koortsconvulsies worden ingedeeld in typische en atypische koortsconvulsies. Een typische koortsconvulsie is een koortsconvulsie die gegeneraliseerd is, eenmaal per 24 uur optreedt en korter dan 15 minuten duurt. Complexe koortsconvulsies hebben focale kenmerken, duren langer dan 15 minuten of treden vaker op dan eenmaal in de koortsperiode (Waruiru, 2004).

In de acute fase moet bij een kind met koorts en een koortsconvulsie beoordeeld worden of er aanwijzingen zijn voor een centraal zenuwstelsel infectie. Een lumbaalpunctie en antibiotische behandeling moeten overwogen worden bij kinderen met meningeale prikkelingsverschijnselen, febriele status epilepticus, of anderszins een verhoogd risico op een centraal zenuwstelsel infectie.

In een artikel gepubliceerd in 1987 beschrijven Annegers et al. een cohort van 687 kinderen die een eerste koortsconvulsie doormaken (Annegers et al., 1987). De kinderen werden gedurende gemiddeld 18 jaren gevolgd. Het risico om een ongeprovoceerd epileptische aanval door te maken vóór de leeftijd van 25 jaar was 7%. Dit risico was 2,4% bij kinderen na een typische koortsconvulsie en 6-8% bij kinderen na een atypische koortsconvulsie. Risicofactoren die statistisch significant waren voor het doormaken van een ongeprovoceerde epileptische aanval voor de leeftijd van 25 jaar bij de multivariate regressie analyse waren een koortsconvulsie met focale kenmerken, het doormaken van meerdere koortsconvulsies binnen 24 uur, en een verlengde duur van de koortsconvulsie. Het doormaken van meerdere koortsconvulsies over langere tijd en het doormaken van een koortsconvulsie voor de leeftijd van 1 jaar waren risicofactoren die statistisch significant waren bij de univariate analyse, bij de multivariate regressie analyse verloren deze laatste twee factoren significantie.

Was er één risicofactor aanwezig (dus focaliteit, meerdere koortsconvulsies binnen 24 uur of duur > 30 minuten) dan was het risico op ongeprovoceerde aanvallen voor de leeftijd van 25 jaar 6-8%, waren er twee risico factoren aanwezig was dit risico 17-21% en waren er drie risicofactoren steeg dit tot 49% (zie tabel 1). Onderstaande tabel geeft het cumulatieve risico weer van verschillende risicofactoren op het doormaken een epileptische aanval voor de leeftijd van 25 jaar.

Een zeer klein deel van de kinderen die koortsconvulsies doormaakt wordt later gediagnosticeerd met het syndroom van Dravet. Eerste presentatie van koortsconvulsies voor de leeftijd van 7 maanden, febriele status epilepticus, het doormaken van ≥ 5 koortsconvulsies en febriele hemiconvulsies zijn risicofactoren (Hattori, 2008). Deze richtlijn gaat niet over koortsconvulsies bij het syndroom van Dravet.

De uitgangsvragen die in deze module beantwoord worden, zijn: