Vastgesteld: 15 november 2013

Inleiding

Absence epilepsie van de kinderleeftijd (Childhood absence epilepsy; CAE) kenmerkt zich door het optreden van kortdurende aanvallen van bewustzijnsverlies. Het EEG laat gelijktijdig 3-Herz-piekgolfcomplexen zien. Deze absences ontstaan en eindigen abrupt zonder post-ictale fase. De frequentie van aanvallen is tien tot honderden aanvallen per dag. Bij een groot aantal kinderen treden manuele of oromandibulaire automatismen op. Deze automatismen worden met name gezien bij langdurige aanvallen of bij aanvallen die worden uitgelokt door hyperventilatie. De middelen carbamazepine, oxcarbazepine, fenytoïne, fenobarbital, tiagabine, gabapentine, pregabaline en vigabatrine worden in deze module niet behandeld, omdat er in het verleden is aangetoond dat deze geen effect hebben, tot een toename van aanvallen kunnen leiden of tot een absence status kunnen leiden (Raspall-Chaure et al., 2008; Thomas et al., 2006). Daarom worden deze medicamenten niet gebruikt om absences te behandelen.

Absences komen ook voor in het kader van een juveniele absence epilepsie of juveniele myoclonus epilepsie. De beschreven studies hebben betrekking op kinderen met een absence epilepsie van de kinderleeftijd. Soms zijn in studies kinderen met absences in het algemeen geïncludeerd, soms alleen kinderen met een absence epilepsie van de kinderleeftijd en soms worden de kinderen met een absence epilepsie van de kinderleeftijd en kinderen met een juveniele absence epilepsie afzonderlijk vermeld. Dit wordt in de tekst ook vermeld. De aanbevelingen en conclusies hebben alleen betrekking op absences in het kader van een absence epilepsie van de kinderleeftijd en niet op absences in het kader van andere syndromen.

De uitgangsvragen die in deze module beantwoord worden zijn: