Vastgesteld: 08 juni 2017

Inleiding

Onder kinderen wordt in deze uitgangsvraag verstaan patiënten tussen de vier weken en 18 jaar oud.

Sinds 2015 wordt een status epilepticus volgens de ‘ILAE (International League Against Epilepsy) Task Force on Classification of Status Epilepticus’ (Trinka et al., 2015) gedefinieerd als: “…een toestand als gevolg van danwel het falen van mechanismen verantwoordelijk voor het termineren van een epileptische aanval, ofwel de initiatie van mechanismen die leiden tot abnormaal langdurige epileptische aanvallen (na tijdpunt t1). Het is een toestand die langdurige consequenties (na tijdpunt t2) kan hebben, waaronder neuronale celdood, neuronale schade en veranderingen van neuronale netwerken. In het geval van een convulsieve status epilepticus geldt voor tijdstip t1 5 minuten en voor tijdstip t2 30 minuten.

Een dergelijke aanval kan bij kinderen in zeer uiteenlopende situaties optreden. Bijvoorbeeld thuis bij de ouders of verzorgers, op school, of in een instelling. Het kan een verder gezond kind zijn, of een al ouder en zwaarder kind met een ernstige lichamelijke handicap, waardoor het moeilijk te hanteren is tijdens de aanval. Indien het kind op een spoedeisende hulp (SEH) arriveert zijn de omstandigheden geheel anders dan buiten het ziekenhuis. Hierbij doen zich de vragen voor welke middelen in deze verschillende situaties via welke toedieningsweg het meest effectief, veilig en praktisch zijn, en ook nog eens sociaal aanvaardbaar. Een deel van de kinderen zal niet reageren op de eerste opvang, wat kan resulteren in een therapieresistente status. Dit heeft geleid tot drie uitgangsvragen over de behandeling van kinderen met status epilepticus:

In de bijlage treft u een praktische handleiding aan voor: