Vastgesteld: 11 juni 2018

Uitgangsvraag

Welke anti-epileptica zijn eerste keus middelen voor symptomatische epilepsie bij patiënten met een hersentumor?


Inleiding


Lees meer

Na een eerste epileptische aanval veroorzaakt door een hersentumor is de recidiefkans hoog. Daarom wordt in het algemeen besloten om te starten met anti-epileptica en deze behandeling langdurig te continueren. Chirurgische resectie van een hersentumor kan leiden tot een afname of verdwijnen van epileptische aanvallen (Chang et al., 2008). In die gevallen kan worden besloten anti-epileptica af te bouwen of te stoppen. In een systematische review is gekeken naar het voorkomen van epileptische aanvallen bij patiënten met een supratentorieel meningeoom. Preoperatieve epileptische aanvallen worden beschreven bij 29% van de patiënten. Bij 12% van de patiënten treden nieuwe postoperatieve epileptische aanvallen op (Englot et al., 2016)

Het is de vraag welke anti-epileptica bij voorkeur worden voorgeschreven bij patiënten met een hersentumor. Er zijn nauwelijks studies waarin anti-epileptica worden vergeleken (Kerrigan & Grant, 2011). Daarom is ervoor gekozen bij de overwegingen voor- en nadelen van de meest gebruikte anti-epileptica bij de behandeling van epilepsie bij patiënten met een hersentumor weer te geven in alfabetische volgorde.

Aanbevelingen

Maak gebruik van lamotrigine, levetiracetam of valproaat bij de behandeling van epilepsie bij patiënten met hersentumoren. Kies in tweede instantie voor gabapentine en pregabaline. Vanwege de enzyminducerende werking hebben carbamazepine, fenobarbital, fenytoïne, oxcarbazepine en topiramaat niet de voorkeur bij de behandeling van patiënten met een hersentumor.