Vastgesteld: 09 juli 2015

Inleiding

Vanuit de gedachte dat deze richtlijn bedoeld is voor een brede selectie aan (toekomstig) neurologen, is er voor gekozen alleen de behandeling van de meest voorkomende vormen van epilepsie op de kinderleeftijd in deze module op te nemen. Dit zijn de behandeling van de absence epilepsie van de kinderleeftijd, de juveniele myoclonus epilepsie, benigne Rolandische epilepsie (benigne kinderepilepsie met centrotemporale pieken), het Panayiotopoulos syndroom en koortsconvulsies.

Voor de genoemde epilepsiesyndromen gelden de volgende deelvragen:

Absence epilepsie

Juveniele myoclonus epilepsie

Benigne Rolandische epilepsie

Het Panayiotopoulos syndroom

Koortsconvulsies

Epileptische encefalopathiesyndromen zoals het syndroom van Ohtahara, West, Lennox-Gastaut en CSWS ("epilepsy with continuous spike-and-waves during slow-wave sleep”) worden in dit hoofdstuk niet besproken. De werkgroep adviseert kinderen met een dergelijk syndroom of verdenking hierop, te verwijzen naar een expertisecentrum.