Zoekstrategie


Lees meer

Er is gezocht naar literatuur waarin het effect op aanvalsvrijheid van medicamenteuze behandelingen wordt vergeleken met placebo of tussen de verschillende anti-epileptica onderling bij kinderen met juveniele myoclonus epilepsie. Er is gezocht vanaf 1 januari 1995 in de databases Medline en the Cochrane Library. Er werden twee artikelen geselecteerd die voldoen aan de volgende criteria:

  • Het artikel geeft antwoord geven op de vraag “wat is de alternatieve keus qua medicamenteuze behandeling als de eerste keus medicatie geen effect heeft?”
  • Het is een prospectieve, gerandomiseerde studie.
  • Het artikel bekijkt het effect op de uitkomstmaten aanvalsvrijheid en cognitieve bijwerkingen.

Deze literatuur is verder aangevuld met bij de werkgroep bekende literatuur over de tweede keus medicamenteuze behandeling van kinderen met juveniele myoclonus epilepsie.

Samenvatting van de literatuur


Lees meer

Specchio et al. (Specchio et al., 2006) bekeken het effect van tweemaal daags 500 mg levetiracetam, toegevoegd aan de standaardtherapie van 48 patiënten met juveniele myoclonus epilepsie bij wie de aanvallen niet onder controle waren. De patiënten werden gemiddeld 19 maanden lang prospectief gevolgd op aanvallen en bijwerkingen. 16 van de 48 patiënten (33.3%) bleken uiteindelijk aanvalsvrij. 5 van de 48 patiënten (10.4%) ervoeren bijwerkingen door levetiracetam.

Noachtar et al. (Noachtar et al., 2008) verrichtten een dubbelblinde, gerandomiseerde, placebogecontroleerde studie. Het merendeel van de geïncludeerde personen (93.4%, n=121, leeftijd 12 tot 65 jaar) had een juveniele myoclonus epilepsie. De overige hadden juveniele absence epilepsie. 75% van de personen gebruikte al een anti-epilepticum. In de interventiegroep werd hier per dag 3000 mg levetiracetam aan toegevoegd en in de controlegroep een placebo. Gedurende de 12 weken evaluatieperiode waren 13 patiënten (21.7%) in de interventiegroep volledig aanvalsvrij ten opzichte van 1 patiënt (1.7%) in de controlegroep (p<0.001). 45 van de 60 patiënten in de interventiegroep ervoeren bijwerkingen ten opzichte van 40 van de 60 patiënten in de controlegroep. Deze studie werd gefinancierd door UBC Pharma.

Nicholson & Maron (Nicolson & Marson, 2010) schreven recent een overzicht “When the first antiepileptic drug fails in a patient with juvenile myoclonic epilepsy”. Zij stellen dat als behandeling met valproaat niet tot aanvalscontrole leidt, monotherapie met een ander medicament niet zinvol is. In deze situatie kan volgens de auteurs lamotrigine, levetiracetam of clobazam worden toegevoegd.

Biton et al. (2005) includeerden 22 patiënten met juveniele myoclonus epilepsie en evalueerden de effectiviteit en tolerantie van topiramaat versus placebo. De meerderheid van de patiënten (64%) werd al behandeld met twee of meer AEDs voordat topiramaat werd toegevoegd. Topiramaat zorgde significant vaker voor een aanvalsreductie van meer dan 50% (73% versus 18%) in het geval van gegeneraliseerde tonisch-clonische aanvallen. 

Conclusies

Zeer laag

Er zijn aanwijzingen dat wanneer de behandeling met valproaat niet tot aanvalscontrole leidt, het overgaan op monotherapie met een ander medicament niet zinvol is. Wel lijkt het zinvol om dan lamotrigine, levetiracetam, topiramaat of clobazam aan de behandeling met valproaat toe te voegen.

(Biton et al., 2005Nicolson & Marson, 2010)


Laag

Er zijn aanwijzingen dat het toevoegen van levetiracetam (1000 of 3000 mg per dag) aan de standaardtherapie bij juveniele myoclonus epilepsie een positief effect heeft op de aanvalsvrijheid.

(Noachtar et al., 2008; Specchio et al., 2006)