Zoekstrategie


Lees meer

Er is gezocht naar literatuur waarin het effect van medicamenteuze behandeling wordt vergeleken met placebo en naar literatuur waarin verschillende anti-epileptica onderling worden vergeleken op aanvalsvrijheid bij kinderen met juveniele myoclonus epilepsie. Er is gezocht vanaf 1 januari 1995 in de databases Medline en the Cochrane Library. Uiteindelijk werden er drie artikelen (Glauser et al., 2006; Park et al., 2013, Sundqvist et al., 1998) geselecteerd. De artikelen voldeden aan de volgende selectiecriteria:

  • Het artikel geeft antwoord op de vraag “wat is de eerste keus qua medicamenteuze behandeling?”
  • Het is een prospectieve, gerandomiseerde studie.
  • Het artikel bekijkt het effect op de uitkomstmaten aanvalsvrijheid en cognitieve bijwerkingen.

In 2015 verscheen een Cochrane review (Liu et al., 2015) die de studies van Levisohn et al. (Levisohn et al., 2007) en Park et al. (Park et al., 2013) includeerde. Daarnaast werd ook de studie van Biton et al. (Biton et al., 2005) geïncludeerd. Biton beschrijft het gebruik van topiramaat als add-on medicament. Deze studie is dus bij het hoofdstuk over tweede keus medicatie meegenomen.

Samenvatting van de literatuur


Lees meer

De literatuur voor deze uitgangsvraag zijn twee open-label randomized controlled trials (RCTs) en een dubbelblinde, gerandomiseerde cross-over studie. Daarnaast is er in de International League Against Epilepsy (ILAE)-richtlijn uit 2006 (Glauser et al., 2006) een kort stuk over de behandeling van juveniele myoclonus epilepsie geschreven. De auteurs komen in deze richtlijn tot de conclusie dat er geen klasse I, II of III bewijs is over de effectiviteit van medicatie voor kinderen met juveniele myoclonus epilepsie. Wel is er klasse IV bewijs voor de effectiviteit voor clonazepam, lamotrigine, levetiracetam, topiramaat, valproaat en zonisamide. Een voorkeur voor welk van deze medicamenten eerste keus zou moeten zijn, kan volgens de auteurs niet worden gegeven.

Sundqvist et al. (1998) publiceerden een gerandomiseerde, dubbelblinde, cross-over studie waarbij twee verschillende doseringen valproaat werden vergeleken. Zestien patiënten met juveniele myoclonus epilepsie van 15 jaar of ouder werden geïncludeerd. Zij werden in een cross-over design behandeld met valproaat 2 dd 500 mg gedurende zes maanden en 2 dd 1000 mg gedurende zes maanden. Zes patiënten (37.5%) waren aanvalsvrij in de lage dosis periode en zeven (43.8%) waren aanvalsvrij in de hoge dosis periode. Slechts vier patiënten (25%) waren aanvalsvrij gedurende de hele periode.

In een gerandomiseerde, open-label studie vergeleken Levisohn et al. (Levisohn & Holland, 2007) de effectiviteit van topiramaat ten opzichte van valproaat bij 28 patiënten met juveniele myoclonus epilepsie (leeftijd 12 tot 35 jaar). De dosis van beide medicijnen werd afgestemd op de klinische respons. Na een follow-up periode van 26 weken waren 8 van de 12 (67%) patiënten die topiramaat kregen, aanvalsvrij ten opzichte van 4 van de 7 (57%) patiënten die valproaat kregen. De groep van topiramaat bestond echter uit meer vrouwen, meer patiënten met gegeneraliseerde tonisch-clonische aanvallen en minder patiënten die al een anti-epilepticum gebruikten.

Ook de studie van Park et al. (2013) vergeleek in een gerandomiseerde open-label studie de effectiviteit van topiramaat ten opzichte van valproaat bij 33 patiënten met juveniele myoclonus epilepsie. De dosis van beide medicijnen werd afgestemd op de klinische respons. Na een follow-up periode van 24 weken waren 7 van de 11 (64%) patiënten die topiramaat kregen, aanvalsvrij ten opzichte van 9 van de 16 (56%) patiënten die valproaat kregen.

Liu (Liu et al., 2017) heeft in 2017 de Cochrane review uit 2015 geüpdatet maar geen nieuwe studies en dus geen nieuwe resultaten gevonden.

Conclusies

Zeer laag

Er zijn aanwijzingen dat het verhogen van de dosis (van 1000 mg naar 2000 mg daags) valproaat geen of een gering effect heeft op de kans op aanvalsvrijheid bij patiënten met juveniele myoclonus epilepsie.

(Sundqvist et al., 1998)

 

Zeer laag

Er zijn aanwijzingen dat het behandelen van kinderen met juveniele myoclonus epilepsie met topiramaat geen of nauwelijks verschil vertoont in effect op aanvalsvrijheid ten opzichte van valproaat.

(Levisohn & Holland, 2007; Park et al., 2013)

 

Zeer laag

Er zijn aanwijzingen dat clonazepam, lamotrigine, levetiracetam, topiramaat, valproaat en zonisamide effectief zijn in de behandeling van kinderen met juveniele myoclonus epilepsie.

(Glauser et al., 2006)