Vastgesteld: 11 juni 2018

Uitgangsvraag

Welke aanbevelingen zijn er ten aanzien van het gebruik van anti-epileptica door zwangere vrouwen met epilepsie?


Inleiding


Lees meer

Blootstelling aan anti-epileptica tijdens de zwangerschap wordt geassocieerd met een verhoogd risico op congenitale afwijkingen en negatieve effecten op de groei en de psychomotore ontwikkeling van het kind. De afweging tussen de voor- en nadelen van medicamenteuze behandeling voor een vrouw met epilepsie kan daarom veranderen wanneer zij zwanger is of wil worden. Mate van beoogde aanvalscontrole, teratogene risico’s, attitude van de patiënt en haar partner ten aanzien van prenatale diagnostiek en afbreken van de zwangerschap in geval van een verhoogde kans op ernstige afwijkingen spelen alle een rol en vergen telkens individuele afweging.

Aanbevelingen

Bespreek met alle vruchtbare vrouwen en toekomstig vruchtbare meisjes, hun ouders en/of verzorgers, het risico dat anti-epilepticagebruik met zich meebrengt voor het ongeboren kind ten aanzien van congenitale malformaties en mogelijke ontwikkelingsstoornissen. Beoordeel daarbij de voor- en nadelen van individuele medicatie. Bespreek in het bijzonder het risico van voortgezet gebruik van valproaat voor het ongeboren kind, waarbij met name hogere doseringen valproaat (> 700 mg/dag) en polytherapie met valproaat geassocieerd zijn met een grotere kans op afwijkingen. Gebruik valproaat alleen bij vrouwen waarbij dit de enige optie is gebleken na verschillende andere behandelingen te hebben geprobeerd. Informeer deze vrouwen over de risico's van gebruik van valproaat tijdens de zwangerschap en adviseer effectieve anticonceptie. Evalueer op regelmatige basis de behandeling van deze vrouwen en meisjes met name in de puberteit en indien een zwangerschap wordt overwogen. Bepaal het medicatiebeleid in overleg met de vrouw en schrijf alleen valproaat voor op basis van informed consent.

Streef naar aanvalsvrijheid zowel voor als tijdens de zwangerschap (met name bij vrouwen en meisjes met gegeneraliseerde tonisch-clonische aanvallen), maar neem de negatieve effecten van anti-epileptica daarbij in beschouwing. Neem in alle gevallen de laagste, effectieve dosis. Streef naar spreiding van de dagdosering over de dag al dan niet met een slow release form en vermijd, indien mogelijk, polytherapie.

Bespreek met zwangere vrouwen deelname aan EURAP (European Register of Antiepileptic drugs and Pregnancy). EURAP is onderdeel van het zwangerschapsregister pREGnant. Vrouwen die in aanmerking komen voor deelname kunnen aangemeld worden via e-mail: eurap@lareb.nl, telefoon: 073-6469700 (vraag naar medewerker van het EURAP-pREGnant onderzoek).  Meer informatie is te vinden op: www.lareb.nl/teratologie en www.pregnant.nl

Leg bij vrouwen die lamotrigine of oxcarbazepine gebruiken en een zwangerschapswens hebben de serumspiegel vóór de zwangerschap vast. Controleer de serumspiegel bij deze vrouwen minimaal maandelijks wanneer zij zwanger zijn. Streef naar een serumconcentratie van lamotrigine boven 65% van de uitgangswaarde en pas zo nodig de dosering aan. Controleer de serumspiegel lamotrigine en oxcarbazepine ook postpartum, met name de eerste twee weken, en pas de dosering bij te ver oplopende waardes of bijwerkingen aan. Bepaal de serumspiegel van andere anti-epileptica alleen als het aantal epileptische aanvallen stijgt.

Leg ook bij vrouwen die fenytoïne gebruiken gedurende de zwangerschap regelmatig de serumspiegel (inclusief vrije fractie) vast en pas waar nodig de dosering aan. Controleer de serumspiegel (inclusief vrije fractie) tot 8-12 weken postpartum om intoxicatie te voorkomen.

Adviseer vrouwen die anti-epileptica gebruiken en een actuele zwangerschapswens hebben de gangbare dosis foliumzuur van 0.4 of 0.5 mg per dag te gebruiken. Adviseer een hogere dosis foliumzuur (5 mg/dag) alleen na een voorgaand kind met een neurale buisdefect, bij een aangetoonde foliumzuurdeficiëntie of bij een foliumzuurafhankelijke aandoening zoals hyperhomocysteïnemie.