Overwegingen

Uit de NICE-richtlijn (NICE-richtlijn, 2012) en het aanvullend literatuuronderzoek blijkt dat er weinig bekend is over de effectiviteit van anti-epileptica bij oudere patiënten. De beschikbare literatuur is laag tot matig van kwaliteit en harde uitspraken over de keuze van anti-epileptica bij ouderen met epilepsie zijn derhalve niet mogelijk. Het is de mening van de werkgroep dat er op basis van de genoemde literatuur een voorkeur uit te spreken is voor het gebruik van lamotrigine en levetiracetam als eerste keus middelen bij de behandeling van epilepsie bij ouderen. Er is geen duidelijk bewijs dat anti-epileptica zich anders gedragen bij oudere patiënten. Wel moet men zich ervan bewust zijn dat er bij ouderen vaak sprake is van comorbiditeit en dat ze daarom vaak diverse geneesmiddelen gebruiken. Ouderen zijn vaak cognitief kwetsbaar. Mede om die reden is het van belang om regelmatige follow-up te benadrukken bij een specialist met expertise in epilepsie (neuroloog), en de patiënt te voorzien van schriftelijke informatie over epilepsie.

Bij de keuze voor behandeling met anti-epileptica moet er rekening worden gehouden met de volgende punten:

  • Epilepsie die debuteert op hogere leeftijd betreft vrijwel altijd een focale vorm van epilepsie. Dat impliceert een relatief grote kans op een recidief na een eerste aanval en een kleinere kans op succesvol staken van medicatie.
  • Enzyminducerende anti-epileptica (carbamazepine, fenytoïne, oxcarbazepine,) en valproaat zijn geassocieerd met een grotere kans op osteoporose. Van nieuwere anti-epileptica is dit risico (nog) niet bekend (zie > Bewaking bij anti-epilepticagebruik).       
  • Bij de behandeling van oudere patiënten moet men extra rekening houden met interacties met andere geneesmiddelen. Anti-epileptica die weinig kans geven op relevante interacties zijn: lacosamide, lamotrigine, levetiracetam, gabapentine, pregabaline en valproaat.
  • Bij ouderen moet rekening worden gehouden met eventuele afname van lever- en nierfuncties en toegenomen kwetsbaarheid van het brein voor de (cognitieve) bijwerkingen van neuromodulerende medicatie. De startdosering moet daarom in het algemeen lager zijn en de effecten van dosisverhoging moeten goed/actief worden geëvalueerd (Garnett, 2005).
  • De grote variatie in farmacokinetiek bij ouderen is een reden voor laagdrempeliger bepalen van serumspiegels anti-epileptica (Patsalos et al., 2008) (zie > Bewaking bij anti-epilepticagebruik).

Economische evaluaties

Er zijn geen bruikbare economische evaluaties gevonden met betrekking tot deze uitgangsvraag.