Zoekstrategie


Lees meer

Er is systematisch gezocht naar de literatuur over preventieve behandeling van kinderen met koortsconvulsies vanaf 1 januari 1995 in de databases Medline en the Cochrane Library. Uiteindelijk bleef er na het lezen van de full tekst één Cochrane review over die voldeed aan de volgende selectiecriteria:

  • Het onderzoek geeft antwoord op de vraag: “is preventieve medicatie geïndiceerd bij kinderen met koortsconvulsies?”
  • De studie betreft een (quasi-)gerandomiseerd onderzoek ofwel een systematische review van (quasi-) gerandomiseerd onderzoek.
  • De studie bekijkt het effect op de uitkomstmaten: aanvalsvrijheid en veiligheid. 

Samenvatting van de literatuur


Lees meer

De Cochrane Review (Offringa, 2012) vergelijkt diverse anti-epileptica en antipyretica ten opzichte van elkaar of ten opzichte van een placebo of geen behandeling op het voorkomen van recidief koortsconvulsies en bijwerkingen. Er werden 36 artikelen geïncludeerd, waarin 26 trials worden beschreven met in totaal 2740 gerandomiseerde patiënten. Tabel 1 bevat een overzicht van de in totaal 10 onderzochte interventies (anti-epileptica of antipyretica) die werden vergeleken met een placebo of met geen behandeling.

Profylactische effect van intermitterend anti-epilepticagebruik

Voor behandeling met intermitterend fenobarbital is geen effect gevonden op het voorkomen van nieuwe convulsies. Ten aanzien van behandeling met orale diazepam blijkt de kans op nieuwe convulsies verlaagd bij controle na 24 en 48 maanden. Bij controle na 6 en 12 en 72 maanden was er geen significant effect. Voor diazepam rectaal geldt een significant lagere kans op nieuwe convulsies bij 6, 12, 18 en 36 maanden, maar niet bij controle na 24 maanden. Naar clobazam is een Iraanse studie uitgevoerd, maar aan de resultaten van deze studie wordt getwijfeld gezien het zeer hoge recidiefpercentage (83%) in de placebogroep. Deze studie is hier daarom verder achterwege gelaten (Offringa, 2012).

Profylactische effect van continu anti-epilepticagebruik

Op basis van studies met name uit de jaren tachtig van de twintigste eeuw is er geen effectiviteit aangetoond van behandeling met fenytoïne, valproaat  of pyridoxine onderhoudsbehandeling ter profylaxe van koortsconvulsies. Op dit gebied zijn de afgelopen twintig jaar geen nieuwe trials meer gepubliceerd.

Ten aanzien van continue behandeling met fenobarbital blijkt de kans op nieuwe convulsies verlaagd bij controle na 6, 12 en 24 maanden. Het relatief risico varieerde tussen de 0.59-0.65, wat betekent dat er 8 tot 14 kinderen moeten worden behandeld om bij 1 kind koortsstuipen te voorkomen. Bij controle na 18 en 60-72 maanden was er geen significant effect.

Profylactische effect van intermitterende antipyretica

Er is een studie uit 1998 die kijkt naar het herhalingsrisico van koortsconvulsies bij 6,12 en 24 maanden bij gebruik van intermitterend ibuprofen gebruik versus placebo. Er werd geen effect op herhalingsrisico (relatieve risico 1.16, 0.9 en 0.86 respectievelijk) gevonden.

In één studie is het effect onderzocht van rectale diclofenac versus placebo gevolgd door ibuprofen, paracetamol of placebo oraal elke 8 uren. Alhoewel behandeling met antipyretica effectief bleek om de lichaamstemperatuur te verlagen, bleek het percentage kinderen met een recidief koortsconvulsie identiek (23,5 % bij placebo versus 23,4 % voor de met antipyretica behandelde groep).

Bijwerkingen

De bijwerkingen van de verschillende interventies zijn variabel.  Bij 30% van de kinderen behandeld met  fenobarbital, en bij 36% van de kinderen behandeld met benzodiazepines werden bijwerkingen gerapporteerd (Offringa, 2012). Bij controle na 12 maanden werd een trend gezien naar verhoogde kans op slaapstoornissen bij behandeling met continue fenobarbital. Dit verschil is echter niet significant.

Bewijskracht

Gezien de grote hoeveelheid verouderde studies, wordt de bewijskracht van de conclusies met één niveau verlaagd en beoordeeld als matig. Vanwege het beperkte aantal studies worden de conclusies met betrekking tot continue fenytoïne, continue pyridoxine, intermitterend ibuprofen en continue diclofenac met nog een niveau omlaag gebracht en beoordeeld als laag. Vanwege onvoldoende power is de conclusie met betrekking tot de bijwerkingen tevens beoordeeld als laag.

Conclusies

 

Matig

Het lijkt waarschijnlijk dat profylactisch behandelen met diazepam oraal of rectaal ten tijde van koorts (intermitterend) de kans op een recidief koortsconvulsie verlaagd.

(Offringa, 2012)

 

Matig

Het lijkt waarschijnlijk dat profylactisch behandelen met fenobarbital ten tijde van koorts (intermitterend) geen effect heeft op de kans op een recidief koortsconvulsie.

(Offringa, 2012)

 

Matig

Het lijkt waarschijnlijk dat continu profylactisch behandelen met fenobarbital de kans op een recidief koortsconvulsie verlaagd.

(Offringa, 2012)

 

Matig

Het lijkt waarschijnlijk dat continu profylactisch behandelen met valproaat geen effect heeft op de kans op een recidief koortsconvulsie.

(Offringa, 2012)

 

Laag

Er zijn aanwijzingen dat continu profylactisch behandelen met fenytoïne of pyridoxine geen effect heeft op de kans op een recidief koortsconvulsie.

(Offringa, 2012)

 

Laag

Er zijn aanwijzingen dat profylactisch behandelen met ibuprofen ten tijde van koorts of continu behandelen met diclofenac geen effect heeft op de kans op een recidief koortsconvulsie.

(Offringa, 2012)

 

Laag

Er zijn aanwijzingen dat profylactisch behandelen met fenobarbital of met benzodiazepines bij ongeveer één op de drie kinderen bijwerkingen veroorzaakt.

(Offringa, 2012)