Overwegingen

Er is gebleken dat de richtlijnen waarvan uitgegaan is, onvoldoende zekerheid geven om tot een aanbeveling te komen.

De NICE-richtlijn 2012 geeft slechts één referentie (Zaidi et al., 2000). Dit artikel geeft echter geen uitsluitsel over het nut van het doen van ECG-onderzoek bij het stellen van de diagnose. De onderzochte populatie is niet die waarover de uitgangsvraag gaat. Bovendien was het ECG in deze studie zelden afwijkend, zelfs indien de problematiek uiteindelijk als cardiologisch werd geduid. Een normaal ECG maakt een hartritmestoornis (inclusief het verlengde QT-syndroom) onwaarschijnlijker, maar sluit dit niet uit (Wieling et al., 2003). Bij de complexe afweging moeten diverse factoren worden meegewogen, waaronder de debuutleeftijd, een familieanamnese voor plotselinge hartstilstand, omstandigheden van de wegrakingen (bijvoorbeeld tijdens inspanning, in liggende houding of bij schrik), de cardiale voorgeschiedenis, etc.

De ESC-richtlijn en de NICE-richtlijn Transient loss of consciousness zijn alleen gebaseerd op expert opinion.

De werkgroep lijkt het verstandig om een ECG te maken bij een aanval met bewustzijnsdaling, ook als daarbij een (duidelijke) verdenking is op epilepsie (omdat in de meeste onderzoeken niet apart bij een “syncope” is uitgezocht of er grote verdenking op epilepsie bestond of niet). De werkgroep neemt dit standpunt in, ondanks dat hiervoor geen duidelijk bewijs is. Zij kiest hiervoor omdat het om een goedkoop en weinig belastend onderzoek gaat, dat soms een (mogelijke) oorzaak kan aantonen. Indien er geen sprake is van (tijdelijk) bewustzijnsverlies bestaat er geen literatuur over het nut van het maken van een ECG en is dit ook niet noodzakelijk naar mening van de werkgroep.

Bij twijfel over de diagnose is het zeker te overwegen de cardioloog mee te laten kijken.